Veiligheidshandboek voor de piercing & tattoo
praktijk
1. VOORWOORD
De verspreiding van het humaan immunodeficiëntievirus (HIV),
het voorkomen van infecties met hepatitis-virussen (HBV en HCV)
en de toename van gevallen van therapieresistente tuberculose (TBC)
liggen aan de basis van de sterk toegenomen zorg voor preventie
van infectie-overdracht bij medische handelingen in de ziekenhuizen.
Voor de maatregelen die in het Piercing
/ Tattoo praktijk toegepast moeten worden bestaan tot op heden nog
geen bindende richtlijnen. Vermits elke vorm van controle van buitenaf
ontbreekt is het de plicht van elke prakticus om zijn verantwoordelijkheid
hierin op te nemen.
Er is heel wat literatuur beschikbaar
over hygiëne en de preventie van infectie-overdracht in de
praktijk. Vaak zijn de voorgestelde werkwijzen moeilijk of niet
toepasbaar in de dagelijkse piercing / tattoo situatie. De wijze
van praktijkvoering bemoeilijkt effectieve hygiëneprocedures.
Denken we aan het contact tussen klant
en prakticus tijdens de verzorgingen. Een groot aantal klanten wordt
in eenzelfde behandelruimte verzorgd en dit erg snel na elkaar.
Tal van instrumenten en oppervlakken in een kabinet zijn moeilijk
te ontsmetten of te steriliseren. Hoewel men naar een consensus
neigt voor wat betreft de noodzaak van hygiënisch handelen,
blijkt er niet steeds eensgezindheid te bestaan over de wijze waarop
men best te werk gaat om dit te bekomen.
In dit veiligheidshandboek trachten
wij de voornaamste en de noodzakelijkste maatregelen aan te geven
die wij nodig achten om een veilige en verantwoordde werkomgeving
te crieeren voor de prakticus, zijn mederwerker en klant.
Daarbij wordt verwezen naar de redenen
die dergelijke voorschriften verantwoorden. Het is echter onmogelijk
een pasklare oplossing voor te schrijven die voor elke situatie
in elke praktijk toegepast kan worden. Daarom beschouwen wij deze
maatregelen als aanbevelingen die in de mate van het mogelijke gevolgd
moeten worden.
Wij benadrukken wel dat de doeltreffendheid
van een infectiepreventieprotocol bepaald wordt door de zwakste
schakel ervan. Daarom wordt best voor elke individuele praktijk
een volledig systeem uitgedacht, aangepast aan de specifieke omstandigheden
waarin gewerkt wordt, en dat voldoet aan de meest strikte eisen
van praktijkhygiëne. Niettemin zal elke verbetering aan de
situatie, hoe beperkt zij ook is, bijdragen aan een vermindering
van het risico voor infectie-overdracht.
Dit veiligheidshandboek
is samengesteld naar de richtlijnen van :
Ministerie van Volksgezondheid en Leefmilieu :
Hygiene in de praktijk
De volgende deskundigen hebben hun medewerking verleend bij het
opstellen van deze aanbevelingen inzake hygiëne in de praktijk:
Mevrouwen De Heren
DECLERCK, D BOUTE, P ROMPEN E.
JANNES, H BURTONBOY, G VAN GANSBEKE, B
LAUWERS, S GOUBAU, P WAUTERS, G
SCHELSTRAETE, N HUYSMANS, J
VERSCHRAEGEN, G MAJERUS, P
ZUMOFEN, M REYBROUCK, G
Het voorzitterschap werd verzekerd door Prof. Dr. G. REYBROUCK.
Ministerie van Volksgezondheid en Leefmilieu :
Aanbevelingen inzake sterilisatietechnieken
De volgende deskundigen hebben hun medewerking verleend bij het
opstellen van de aanbevelingen van de Hoge Gezondheidsraad inzake
sterilisatietechnieken:
Mevrouwen De Heren
DONY, J ACCOE, W DE KEERSMAECKER, L
FABER, Ch BONNET, F DEVLEESCHOUWER, M
JACQUEMIN, G BOUGELET, Fr REYBROUCK, G
VERSCHRAEGEN, G BRUYNEEL, P ROLAND, M
ZUMOFEN, M BURTONBOY, G
Het voorzitterschap werd verzekerd door Prof. Dr. G. REYBROUCK. |